| Hoe werkt het? |
|
Fase 1 Initiatief De gemeente kan over Dorpsplanplus contact opnemen met de programmamanager. Hij informeert de gemeente over de aanpak van Dorpsplanplus, alsmede over de provinciale subsidiemogelijkheden. Belangrijk is dat zowel de gemeente als het dorp Dorpsplanplus willen. Zodra de gemeente opdracht heeft gegeven, gaat een begeleider vanuit het consortium met het dorp aan de slag. Zowel het dorp als de gemeente wijzen een contactpersoon aan voor de begeleider. Het Plaatselijk Belang van een dorp kan belangstelling voor Dorpsplanplus eveneens kenbaar maken aan de programmamanager, waarop een verkennend gesprek volgt. De gemeente wordt altijd op de hoogte gesteld van deze belangstelling. Vaak heeft het dorp zelf de wens voor Dorpsplanplus al bij de gemeente kenbaar gemaakt. Fase 2 Dorpsagenda, uitvoeringsplan en convenant In een kort, intensief en interactief traject stelt de begeleider de dorpsagenda samen met het dorp op. De contactambtenaar zorgt voor demografische gegevens en kent actuele beleidsontwikkelingen. Een agendapunt krijgt een vervolg wanneer het realistisch, haalbaar en uitvoerbaar is. De agenda wordt geprioriteerd en vertaald in een uitvoeringsplan. Gemeente en het dorp maken afspraken over de uitvoering en leggen deze vast in een convenant. Fase 3 Uitvoering In het uitvoeringsplan staat duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. De begeleider helpt het dorp bij het aandragen van de verschillende projecten, neemt op het juiste moment initiatief en kent de verschillende ondersteuningsorganisaties die werkzaam zijn in het landelijk gebied. Ook weet de begeleider de weg naar financieringsbronnen. De begeleider blijft vier jaar lang de uitvoering van het dorpsplan aanjagen. De schop kan in de grond! |